KENNIS

Waarom geen twee social return-verplichtingen hetzelfde zijn

Waarin verschillen social return-verplichtingen van elkaar en waar komen die verschillen vandaan? Dit artikel beschrijft de patronen die openbare landelijke bronnen noemen.

Social return is een manier om meer werk te creëren voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Inkopers van overheden kunnen bij het verstrekken van een opdracht de opdrachtnemer stimuleren of verplichten om daaraan bij te dragen.[1] Europese regelgeving verplicht er niet toe, en een landelijk uniform beleid bestaat niet.[2] Een aanbestedende dienst ontwikkelt zelf een inkoopbeleid dat past bij de wensen, doelen en ambities van de eigen organisatie.[3]

Dit artikel laat zien waarin verplichtingen kunnen verschillen, van de uitvraagvorm en de berekening tot de doelgroepen en de controle. Het geeft geen oordeel over welke variant bij welke situatie past. De bronnen zijn openbaar en landelijk: de Aanbestedingswet 2012, PIANOo en de handreiking social return van de VNG. De visie van PIANOo en de handreiking dateren uit 2018.

Op welke grondslag wordt social return gevraagd?

De Aanbestedingswet 2012 noemt social return niet als zodanig. Wel staat artikel 2.80, eerste lid, van de wet toe dat een aanbestedende dienst bijzondere voorwaarden verbindt aan de uitvoering van een overheidsopdracht, mits die voorwaarden verband houden met het voorwerp van de opdracht en vermeld zijn in de aankondiging of de aanbestedingsstukken. Zulke voorwaarden kunnen volgens de wet onder meer te maken hebben met arbeidsgerelateerde en sociale overwegingen.[4]

PIANOo beschrijft vier manieren waarop social return in een aanbesteding terugkomt: als bijzondere uitvoeringsvoorwaarde, als subgunningscriterium, als minimumeis in het programma van eisen of als combinatie van een eis en een gunningscriterium.[5] Uitvoeringsvoorwaarden worden volgens PIANOo, anders dan minimumeisen en gunningscriteria, pas tijdens de uitvoering gecontroleerd.[1]

Gunt een aanbestedende dienst op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, dan kunnen volgens artikel 2.115, tweede lid, van de wet de nadere criteria onder meer sociale kenmerken betreffen, mits die verband houden met het voorwerp van de opdracht.[4]

Waarover wordt de verplichting berekend en vanaf welke opdrachtwaarde geldt zij?

Als voorbeelden van een minimumeis noemt PIANOo een percentage van de loonsom van de overeenkomst, een percentage van de aanneemsom en een aantal arbeidsuren.[1] Op een andere pagina noemt PIANOo een percentage van de opdrachtsom of van de loonsom, of een aantal ingezette arbeidsuren.[5] De loonsom is daarbij een van de mogelijke grondslagen.[1][5]

In de VNG-handreiking kunnen de percentages en de grondslag waarover opdrachtgevers rekenen verschillen. De handreiking noemt de aanneemsom, de minimale omzetgarantie, de omzet en de opdrachtwaarde als bedragen waarover het percentage kan worden berekend.[6]

Vanaf welke opdrachtwaarde social return wordt toegepast, ligt niet landelijk vast. Een aanbestedende dienst kan dat zelf bepalen, bijvoorbeeld bij het Europese drempelbedrag voor leveringen en diensten.[3] In de VNG-handreiking lopen de drempelbedragen per opdrachtgever en per regio uiteen.[6] PIANOo noemt social return ook bij leveringen mogelijk.[3] De handreiking beschrijft opdrachtgevers die het wel toepassen op diensten en werken en niet op leveringen.[6]

Per opdracht stelt een aanbestedende dienst bovendien uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht. Dat staat in artikel 1.10, eerste lid, voor Europese aanbestedingen en in artikel 1.13, eerste lid, voor nationale aanbestedingen.[4]

Wat telt mee als invulling?

De VNG-handreiking beschrijft drie manieren om de invulling te waarderen: een bouwblokkenmethode, het afrekenen van de daadwerkelijk gemaakte kosten en het erkennen van een certificaat of keurmerk.[6] Bij de bouwblokkenmethode benoemt de aanbestedende dienst activiteiten met een bijbehorende waarde. De marktpartij kiest daaruit zelf om zo een bepaald bedrag te behalen.[1] Bij het afrekenen van daadwerkelijke kosten gaat het om kosten zoals salaris- of begeleidingskosten.[6]

PIANOo vraagt dat de werkzaamheden van de ingezette persoon in directe relatie staan tot het voorwerp van de opdracht.[1] In de VNG-handreiking staan opdrachtgevers die een landelijk keurmerk laten meetellen voor een deel van de verplichting of voor de hele verplichting.[6]

Voor welke doelgroepen geldt de verplichting?

PIANOo noemt als doelgroepen onder meer personen met een werkloosheidsuitkering, personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, personen die onder de Participatiewet vallen, werkzoekenden zonder uitkering met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en jongeren met onvoldoende kwalificaties. Publieke organisaties zijn vrij om in hun inkoopbeleid verschillende doelgroepen op te nemen, ook andere dan de genoemde. Welke doelgroepen een opdrachtgever hanteert, verschilt daardoor per opdrachtgever.[2] De doelgroep kan per contract verschillen. Hoe social return is uitgevraagd, staat in het contract en de bijbehorende aanbestedingsstukken.

Ook de waarde van een invulling kan per doelgroep en per opdrachtgever uiteenlopen. In de bouwblokkentabellen van de VNG-handreiking staan verschillende waarden per doelgroep. Welke extra waarde een opdrachtgever in zijn bouwblokken opneemt, en met welk bedrag, kan per opdrachtgever verschillen.[6]

Welke rol speelt de looptijd?

PIANOo noemt projecten van korte duur als factor waarmee bij het bepalen van het percentage rekening kan worden gehouden.[5] In de VNG-handreiking staan opdrachtgevers die social return alleen toepassen op langer lopende opdrachten. Als reden noemt de handreiking de kansen op langdurig werk. De handreiking beschrijft ook opdrachtgevers die willen dat werkzoekenden op langere termijn kunnen blijven werken, dus niet alleen tijdens een opdracht. Verder staan er convenanten in waarmee opdrachtnemers over een langere periode mensen kunnen inzetten dan alleen tijdens een gegunde opdracht.[6]

Hoe wordt de invulling gecontroleerd en verantwoord?

PIANOo onderscheidt een inspanningsverplichting en een resultaatverplichting. Bij een inspanningsverplichting belooft de opdrachtnemer zich in te spannen zonder het resultaat te garanderen. Bij een resultaatverplichting is de opdrachtnemer verplicht de afgesproken prestatie ook daadwerkelijk te leveren.[3] In de VNG-handreiking nemen opdrachtgevers social return op als prestatie-eis of als inspanningsverplichting.[6]

Monitoring vindt volgens PIANOo plaats op het niveau van het contract en kan daarnaast op organisatieniveau plaatsvinden. Overheden gaan er verschillend mee om, structureel of ad hoc. Aanbestedende diensten kunnen een digitaal rapportagesysteem gebruiken, al dan niet in een samenwerkingsverband, en de opdrachtnemer kan verantwoordelijk zijn voor het aanleveren van bewijsstukken.[3]

PIANOo beschrijft ook het geval dat een inschrijver pas na de gunning invulling hoeft te geven aan de social return-verplichting. Ontbinding op grond van wanprestatie is dan mogelijk bij onvoldoende nakoming, maar kan operationele gevolgen hebben. Boeteclausules kunnen uitkomst bieden, al kunnen die in de inschrijfprijs worden meegenomen.[1] Volgens de VNG-handreiking kunnen opdrachtgevers een boetebeding in het contract opnemen om consequenties te verbinden aan het niet nakomen van de verplichting.[6]

Overzicht: waarin social return-verplichtingen verschillen

Patronen die de bronnen beschrijven, per onderdeel van de verplichting
OnderdeelVarianten die de bronnen beschrijven
Grondslag en uitvraagvormBijzondere uitvoeringsvoorwaarde, subgunningscriterium, minimumeis of een combinatie.[5]
BerekeningPercentage van de opdrachtsom, de aanneemsom of de loonsom, of een aantal arbeidsuren.[1][5]
DrempelOpdrachtwaarde volgens eigen beleid, bijvoorbeeld het Europese drempelbedrag; in de VNG-handreiking uiteenlopend per opdrachtgever en regio.[3][6]
InvullingBouwblokken, daadwerkelijk gemaakte kosten, certificaat of keurmerk.[6]
DoelgroepenPer organisatie vrij te kiezen; de waarde per doelgroep kan verschillen.[2][6]
LooptijdToepassing op langer lopende opdrachten, rekening houden met korte projecten bij het percentage, inzet na de opdracht.[5][6]
Controle en verantwoordingInspanning of resultaat; monitoring per contract en eventueel per organisatie, structureel of ad hoc; boetebeding.[3][6]

Wat betekent dit voor het beheer van social return?

Artikel 2.80 van de Aanbestedingswet vraagt dat bijzondere voorwaarden vermeld zijn in de aankondiging of de aanbestedingsstukken.[4] Uitvoeringsvoorwaarden worden volgens PIANOo in het contract opgenomen.[7] PIANOo besteedt in de visie aandacht aan contractmanagement bij de toepassing van social return.[1] Als gegevens die opdrachtgevers kunnen bijhouden noemt de VNG-handreiking onder meer de ingangsdatum en einddatum van het contract, de waarde van het contract, het social return-bedrag en het tot dan toe ingevulde bedrag.[6] Omdat verplichtingen per contract kunnen verschillen, is het vastleggen per contract de basis voor contractbeheer.

Bronnen

  1. Visie: social return (november 2018), PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden, geraadpleegd op 30 oktober 2026.
  2. Over social return en inkopen bij sociale ondernemingen, PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden, geraadpleegd op 30 oktober 2026.
  3. Borging van social return in de organisatie, PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden, geraadpleegd op 30 oktober 2026.
  4. Aanbestedingswet 2012, tekst geldend vanaf 30 april 2026, wetten.overheid.nl, geraadpleegd op 30 oktober 2026.
  5. Fase 1: Voorbereiden inkoopopdracht met social return, PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden, geraadpleegd op 30 oktober 2026.
  6. Handreiking social return (2018), Vereniging van Nederlandse Gemeenten, geraadpleegd op 30 oktober 2026.
  7. Fase 2: Doorlopen aanbestedingsprocedure met social return, PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden, geraadpleegd op 30 oktober 2026.

Verder lezen

Demo aanvragen